Vector

  • Een vector wordt behandeld als een 1 \(\times\) N matrix of N \(\times\) 1 matrix.
  • Een vector in de vorm van 1 \(\times\) N kan worden ingevoerd als [……] of [[……]].
    Voorbeeld: [1, 2], [[1, 2]]
  • Vectoren worden geacht rechthoekig te zijn tenzij ∠() wordt gebruikt om een hoekmeting aan te geven.
inhoudsopgave


augment
fill
dim
unitV
angle
norm
crossP
dotP
toRect
toPol
toSph
toCyl

augment

Geeft een aangevulde vector [Mat-1 Mat-2] weer.
Syntax: augment (Mat-1, Mat-2 [ ) ]

スティッキー
スティッキー

fill

Maakt een vector aan met een specifiek aantal elementen, of vervangt de elementen van een vector door een specifieke uitdrukking.
Syntax: fill (Exp, Mat [ ) ]
   fill (Exp, 1, aantal kolommen [ ) ]

スティッキー
スティッキー
スティッキー

dim

Geeft de afmetingen van een vector weer.
Syntax: dim (Mat [ ) ]

スティッキー
スティッキー

unitV

Normaliseert een vector.
Syntax: unitV (Mat [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) N of N \(\times\) 1 matrix.

スティッキー
スティッキー

angle

Geeft de hoek weer die door twee vectoren is gevormd.
Syntax: angle (Mat-1, Mat-2 [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) N of N \(\times\) 1 matrix.

スティッキー
スティッキー

norm

Geeft de norm van een vector weer.
Syntax: norm (Mat [ ) ]

スティッキー
スティッキー

crossP

Geeft het vectorieel product van twee vectoren weer.
Syntax: crossP (Mat-1, Mat-2 [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) N of N \(\times\) 1 matrix (N = 2, 3).
  • Een matrix met twee elementen [a, b] of [[a], [b]] wordt automatisch omgezet naar een matrix met drie elementen [a, b, 0] of [[a], [b], [0]].

スティッキー
スティッキー

dotP

Geeft het dot product van twee vectoren weer.
Syntax: dotP (Mat-1, Mat-2 [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) N of N \(\times\) 1 matrix.

スティッキー
スティッキー

toRect

Geeft een equivalente rechthoekige vorm weer \([\ x\ y\ ]\) of \([\ x\ y\ z\ ]\).
Syntax: toRect (Mat [, natuurlijk getal] [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) N of N \(\times\) 1 matrix (N = 2, 3).
  • Deze opdracht geeft “x” weer wanneer “natuurlijk getal” 1 is, “y” wanneer “natuurlijk getal” 2 is en “z” wanneer “natuurlijk getal” 3 is.
  • Deze opdracht geeft een rechthoekige vorm weer wanneer u “natuurlijk getal” weglaat.

スティッキー
スティッキー

toPol

Geeft equivalente poolcoördinaten weer \([\ r\ ∠\theta\ ]\).
Syntax: toPol (Mat [, natuurlijk getal] [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) 2 of 2 \(\times\) 1 matrix.
  • Deze opdracht geeft “\(r\)” weer wanneer “natuurlijk getal” 1 is, “\(\theta\)” wanneer “natuurlijk getal” 2 is.
  • Deze opdracht geeft poolcoördinaten weer wanneer u “natuurlijk getal” weglaat.

スティッキー
スティッキー

toSph

Geeft een equivalente bolvorm weer \([\ \rho\ ∠\theta\ \ ∠\phi\ ]\).
Syntax: toSph (Mat [, natuurlijk getal] [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) 3 of 3 \(\times\) 1 matrix.
  • Deze opdracht geeft “\(\rho\)” weer wanneer “natuurlijk getal” 1 is, “\(\theta\)” wanneer “natuurlijk getal” 2 is en “\(\phi\)” wanneer “natuurlijk getal” 3 is.
  • Deze opdracht geeft een bolvorm weer wanneer u “natuurlijk getal” weglaat.

スティッキー
スティッキー

toCyl

Geeft een equivalente cilindrische vorm weer \([\ r\ ∠\theta\ \ z\ ]\).
Syntax: toCyl (Mat [, natuurlijk getal] [ ) ]

  • Deze opdracht kan alleen worden gebruikt met een 1 \(\times\) 3 of 3 \(\times\) 1 matrix.
  • Deze opdracht geeft “\(r\)” weer wanneer “natuurlijk getal” 1 is, “\(\theta\)” wanneer “natuurlijk getal” 2 is en “\(z\)” wanneer “natuurlijk getal” 3 is.
  • Deze opdracht geeft een cilindrische vorm weer wanneer u “natuurlijk getal” weglaat.

スティッキー
スティッキー